Hoe integreer je een WTW-unit (Warmte Terug Win) in een Loxone systeem?
Een WTW-unit is een slimme investering voor je woning, maar het echte plezier begint pas als je hem naadloos integreert met je Loxone-systeem. Je wilt niet apart een app gebruiken voor je ventilatie terwijl je verlichting, klimaat en beveiliging allemaal centraal geregeld zijn.
In dit stappenplan pakken we de integratie bij de hand, zonder ingewikkelde theorie.
Je krijgt concrete cijfers, handige tips en we wijzen je op valkuilen die je makkelijk mist. Aan het einde weet je precies hoe je jouw WTW-unit een volwaardig onderdeel maakt van je Loxone-smart home.
Wat je nodig hebt voor de integratie
Om te beginnen heb je een werkende Loxone-installatie nodig met minimaal een Miniserver en de nieuwste versie van Loxone Config (versie 13 of hoger). Je WTW-unit moet beschikken over een open protocol of een KNX-module, want een analoge bediening zonder data is te beperkt voor serieuze integratie.
Denk aan merken als Brink, Zehnder of Itho Daalderop die modellen leveren met Modbus, KNX of een API.
Een Brink Flair 325 met Modbus-module kost rond de €2.200,-, een Zehnder ComfoAir Q450 met KNX-module zit op ongeveer €2.800,-. Je hebt verder een Modbus-RTU- of KNX-interface nodig, een Loxone Extension (bijvoorbeeld de Tree Extension of de RS485 Extension voor Modbus), geschikte bekabeling en stroomvoorziening. Reken op een budget van €150,- tot €400,- voor de benodigde interfaces en kabels, afhankelijk van je opzet. Zorg dat je toegang hebt tot de WTW-stuurmodule; die zit meestal in de centrale unit of in de wandbediening.
Stap 1: kies de juiste interface en bekabeling
De keuze van de interface bepaalt hoe stabiel je integratie wordt. Gebruik Modbus-RTU als je WTW-unit een seriële poort heeft (RS485).
Loxone levert hiervoor de RS485 Extension (rond €150,-). Heeft je WTW-unit KNX, dan sluit je die aan op de KNX-bus via een KNX-IP-Router of IP-Bridge (zoals de Gira or MDT).
De Loxone Tree-bus is niet geschikt voor KNX, dus houd rekening met een aparte KNX-bus of een gateway. Kies voor een STP-kabel (afgeschermd) met een diameter van 0,5 tot 0,75 mm² voor de Modbus-lijn; de maximale kabellengte is 1.000 meter, maar houd het onder de 200 meter voor stabiele communicatie. Sluit A en B correct aan en zorg dat er een eindweerstand (120 Ω) wordt geplaatst bij de laatste module.
Tijdens deze stap ben je ongeveer 1 uur bezig, inclusief kabels trekken en aansluiten. Veelgemaakte fout: een verkeerde polarity van A/B of het vergeten van de eindweerstand, waardoor de bus onstabiel wordt.
Tip: gebruik een universele Modbus-gateway als je WTW-unit alleen analoge signalen heeft. Zoals de KNX-Modbus-gateway van MDT (rond €220,-). Je kunt dan alsnog digitale data uitlezen.
Stap 2: configureer de WTW-unit voor Modbus of KNX
Open de configuratieomgeving van je WTW-unit, bijvoorbeeld via een webinterface of een service-tool. Stel het juiste protocol in: Modbus RTU met een baudrate van 9.600 of 19.200, 8 data bits, even parity, 1 stopbit. Voor KNX stel je de fysieke adres in (bijvoorbeeld 1.1.12) en koppel de juiste datapunten (DPT) zoals ventilatiestand (DPT 5.005), filtersensor (DPT 5.010) en temperatuurmeting (DPT 9.001).
Bij Modbus registreer je de juiste registeradressen; bij Brink Flair zijn dat bijvoorbeeld register 1001 (ventilatiestand), 1002 (snelheid), 1005 (filterstatus).
Zehnder ComfoAir Q gebruikt registers rond 40001 tot 40010. Houd een schema bij van de adressen die je wilt uitlezen en schrijven.
Test met een eenvoudig script of een Modbus-tester of je de data kunt lezen. De configuratie duurt 30-60 minuten. Fouten die je wilt vermijden: verkeerde registeradressen, een mismatch in baudrate of het vergeten van een juiste DPT bij KNX, waardoor waarden niet kloppen.
Stap 3: koppel de interface aan Loxone
Sluit de RS485 Extension aan op de Loxone-bus en verbind de Modbus-lijn met je WTW-unit. In Loxone Config voeg je de RS485 Extension toe en kies je voor Modbus-RTU.
Stel de juiste parameters in: adres 1 (bijvoorbeeld), baudrate 9.600, 8N1. Voeg vervolgens een Modbus-Generic device toe en definieer de datapunten die je wilt uitlezen en schrijven. Gebruik voor elke datapunt een duidelijk label, zoals “WTW_Stand”, “WTW_Snelheid”, “WTW_Filter”.
Bij KNX voeg je de KNX-IP-Router toe in Loxone Config en koppel de juiste groepadressen.
Test de communicatie door een eenvoudige actie te triggeren, bijvoorbeeld het uitlezen van de ventilatiestand. De koppelstap duurt 30-45 minuten. Veelgemaakte fouten: verkeerde busadres, niet activeren van de juiste datapunten of het vergeten van een heartbeat (ping) voor stabiliteit. Zorg dat je Miniserver up-to-date is, want oude firmware heeft soms problemen met Modbus.
Stap 4: bouw logica en visualisatie in Loxone
Zodra de data stroomt, bouw je logica die je WTW-unit slim aanstuurt. Begrijp waarom je ventilatiesysteem (WTW) moet communiceren met je domotica en maak een blok voor ventilatiestanden: stand 1 (laag) voor nacht, stand 2 (middel) voor dag, stand 3 (hoog) voor koken of douchen.
Koppel deze aan een tijdschema, een CO₂-sensor (bijvoorbeeld een Loxone Air Sensor, rond €120,-) of een aanwezigheidsmelder. Voeg een filterwaarschuwing toe: als de filterweerstand boven een drempelwaarde komt (bijvoorbeeld 150 Pa), krijg je een notificatie op je telefoon. Bouw een eenvoudig dashboard in de Loxone App: een scherm met ventilatiestand, filterstatus, temperatuur en een knop voor boost-modus.
Gebruik DALI-verlichting in combinatie met je WTW-logica: bij boost-modus dim je de verlichting eventueel naar 80% om geluid te beperken.
De logica bouw je in 1-2 uur; de visualisatie kost nog eens 30-45 minuten. Fouten die je wilt voorkomen: te agressieve boost-modus die constant aanslaat, of het vergeten van een back-up handmatige bediening via een wandscherm.
Stap 5: optimaliseer voor klimaat en energie
Een WTW-unit haalt warmte terug uit de afvoerlucht, maar je kunt nog meer winnen door de meerwaarde van een geïntegreerd HVAC-systeem volledig te benutten.
Koppel de WTW aan je warmtepomp of cv-ketel via Loxone, zodat de ventilatiestand meeschaalt met de verwarmingsvraag. Gebruik een buitentemperatuursensor (rond €50,-) om de vorstbeveiliging te activeren: bij -5 °C schakel je de WTW naar een lagere stand of activeer je een elektrische naverwarming. Voor een Zehnder ComfoAir Q450 kun je de bypass-instellingen automatisch regelen op basis van buitentemperatuur.
Reken op een besparing van 10-20% op je stookkosten door slimme ventilatiesturing, afhankelijk van je woning en isolatie. Test de koppeling bij verschillende temperaturen en pas de drempelwaarden aan.
De optimalisatie duurt 1-2 uur, plus een week testen in de praktijk.
Veelgemaakte fouten: vergeten van vorstbeveiliging of te strakke regeling die de comfort beïnvloedt.
Verificatie-checklist
- Modbus- of KNX-communicatie actief en stabiel: data lezen en schrijven zonder fouten.
- Ventilatiestanden correct weergegeven in Loxone App: stand 1, 2, 3 reageren direct.
- Filterstatus en waarschuwingen getest: melding bij drempelwaarde (bijvoorbeeld 150 Pa).
- Boost-modus werkt met tijdschema of sensor: CO₂ of aanwezigheid activeert stand 3.
- Koppeling HVAC getest: WTW reageert op buitentemperatuur en vorstbeveiliging.
- Visualisatie en logica getest op Miniserver: geen fouten in logboek, snelle respons.
- Handmatige bediening via wandscherm of app werkend: fallback bij storing.
- Stroomvoorziening en bekabeling gecontroleerd: STP-kabel correct aangesloten, eindweerstand geplaatst.
Met deze stappen is je WTW-unit een volwaardig onderdeel van je Loxone-systeem. Je geniet van een stabiel klimaat, lagere energiekosten en één centrale bediening voor al je slimme functies. Integreer ook je wijnklimaatkast in je domotica voor het ultieme gemak. Neem de tijd voor elke stap, test onderweg en je hebt een integratie die jarenlang meegaat.
